Johan weer springlevend
maandag 30 april 2001
Nieuwe Revu
Leon Verdonschot
Opeens waren ze er. Vier nuchtere jongens, liedjes met een kop en een staart. Johan. Dé live-band van 1997. Toen werd het stil. Heel lang stil. En nu zijn ze terug, alsof er niets gebeurd is. Maar dat is er wel. De betrokkenen over de opkomst, ondergang en wederopstanding van een topband.
Wie ze in 1997 niet heeft zien optreden, heeft echt zijn best moeten doen. De jongens van Johan. Die uit Hoorn. Van die mooie liedjes. Dat bejubelde debuut. Het hitje Everybody Knows. En al die concerten. Zaaltjes, zalen, dorpsfestivals, Pinkpop, Lowlands. Johan, on top of the world. Of in ieder geval van Nederland. Julian de Vos, destijds tourmanager: "Het hele jaar was een soort jongensboekavontuur."
Johan was het boegbeeld van het frisse Nederlandse platenlabel Excelsior. Johan ging naar de VS. "Dat vermaledijde Amerika. Waar je het altijd minstens moet proberen, al bouw je al een afbrandfactor in als je de naam van het land laat vallen in de nabijheid van een muzikant," zegt Excelsior-baas Ferry Rosenboom.
Johan toerde en Johan kreeg een platencontract. Twee platencontracten! Drie! Wat er precies gebeurde, valt moeilijk te reconstrueren-"Dat komt door al die advocaten die er opeens bij kwamen, die maakten het zo ondoorzichtig,"zegt Jan ten Boom, boeker van de band-, feit is dat het misging. Johan in de VS: geperste albums die vernietigd werden, wel recensies, maar geen plaat in de winkel en veel later wél een plaat in de winkel, maar weer geen promotie. "We zijn drie keer getekend en hebben in totaal honderd platen verkocht," vat drummer Wim Kwakman samen.
Ze gingen nog één keer terug. In maart 1998 speelde Johan op het South by South West-festival. Het werd een bescheiden ramp. Jacco: "We hadden vier gitaarversterkers. Geen daarvan haalde het einde van het optreden." Wim, droog: "Er waren enkele mensen van de platenmaatschappij die ons getekend had. Eentje zei: good drumming! Tja. Meer hoorde je op het eind ook niet meer."
Het jongensboek naderde het slot, de keerzijden van het rock 'n' roll-leven drongen zich op. Leven van de band was afgelopen: de bandleden vielen terug in een uitkering. Onderlinge irritaties. Bassist Niels de Wit maakte bekend uit de band te stappen. Hij zegt nu: "Toen er sprake van was dat we veel in het buitenland zouden zitten, heb ik me afgevraagd: maanden van huis, heb ik dat over voor Johan? Nee." Hij voegde er niettemin aan toe te blijven tot de band een vervanger had gevonden, met een maximum termijn van negen maanden. "Dachten ze: oh, dat is het: hij wordt vader."
Producer Frans Hagenaars: "Het vreselijke zoeken naar een nieuwe bassist begon." De band zette een advertentie. "We vermeldden onze naam niet, om geen mensen aan te trekken die alleen daarop afkwamen. Om maar even aan te geven hoe ijdel we toen waren.," grijnst zanger Jacco de Greeuw. Het viel niet mee. "Op een gegeven moment kwam ik aanfietsen bij het oefenhok, zag ik iemand staan en dacht ik: als dat maar niet de volgende kandidaat is. En ja hoor, kwam-ie met een uitgestoken hand op me af."
Wim: "Bassisiten die stonden te heupwiegen. Alsof ze dachten: Johan, klinkt als: Hazes. Of dit soort types." Wim imiteert een knipogende, gekke bekken-trekkende bassist met het instrument op borsthoogte, type Mark King.
In de herinnering van Jacco en Wim kwam het halve Pieter Baan-centrum richting Hoorn. Volgens producer Frans valt dat mee. "Met name Jacco stond niet open voor nieuwe mensen in de band. Op zijn onwil zijn wel een paar goede kandidaten gesneuveld."
Ondertussen bleef Johan optreden. Wim: "Maar vanaf het moment dat Niels had aangekondigd ermee te stoppen, waren we feitelijk geen band meer." Het dieptepunt kwam op 3 oktober 1998, tijdens een festival in Bergen op Zoom. Wim: "Speelden we voor de 120ste keer diezelfde liedjes. Voor publiek dat dacht: daar heb je ze weer." Jacco: "We waren walgelijk slecht. Op het punt beland dat we dachten dat het voldoende was als we er stonden. Maar er moet natuurlijk ook nog iets gebéuren. Het was voor het eerst dat ik de vermoeidheid ook bij het publiek zag. Ik had het gevoel dat ik voor lul stond en dat heb ik niet vaak op het podium. Ik wist niet hoe snel ik na het laatste nummer de kleedkamer moest inkomen."
Producer Frans: "In de studio werkten ze aan nieuwe nummers. Daar kregen ze ruzie over de vraag of ze de nog geboekte optredens moesten afwerken. Jacco zei op zijn onnavolgbare, vervelende wijze: 'Die optredens doen we dus niet'."
Jacco: "We moesten eruit stappen en een nieuwe start maken. Dat hadden we al eerder moeten doen." Kort daarna maakte ook gitarist Remco Krull bekend uit de band te stappen.
Krull, terugblikkend: "Ik zag het niet zitten om nog tien jaar om zes uur 's ochtends terug te komen uit Lutjebroek. De inbreuk op je privé-leven is enorm. En van het geld dat we met de band verdienden, konden we een tijdje rondkomen, maar daar was ook alles mee gezegd. Voor de buitenwereld is het pracht en praal. Tot je vertelt dat je 1300 gulden per maand krijgt. Dat moet gecompenseerd worden door het plezier in optreden. Maar ik herinner me nog dat we op een dag op een prutfestival in Venlo speelden. Diezelfde dag speelde mijn favoriete live-band, Napalm Death, hier in Hoorn. Ik stond in Venlo en wilde dat ik in Hoorn was."
Ja, dat leest u goed: Napalm Death. In het appartement van Remco ligt metalmagazine Aardschok op tafel en klinkt hardrock uit de luidsprekers. Maar zijn afwijkende muzikale voorkeur speelde geen enkele rol bij zijn vertrek: "Ik heb altijd van black metal en country gehouden. Ik herinner me een optreden in een Utrechtse platenzaak. Na afloop mocht iedereen een cd uitzoeken. Het ene verantwoorde plaatje na het andere ging over de toonbank. Ik koos deze." Remco loop naar zijn cd-meubel. En haalt Entangled in Chaos van Morbid Angel tevoorschijn.
"Muzikale meningsverschillen waren er niet echt," beaamt Julian, toen tourmanager. "Het is altijd heel duidelijk geweest waar Johan in dat opzicht voor stond. Nee, de verliefdheid was gewoon over. En het we-blijven-vrienden is ook niet echt uitgekomen."
Want er was meer aan de hand. Nadat eind 1997 de vader van Jacco overleed, raakte hij langzaam met zichzelf in de knoop. Pas eind 1999 kreeg Jacco's crisis een naam: hij was depressief. Daar was een moeilijk jaar aan voorafgegaan, voor zowel Jacco als zijn omgeving. Jacco: "Het kwam tot het punt dat ik onuitstaanbaar werd. Wie wil er u in een band zitten met een onuitstaanbare zanger? Ik houd mezelf grotendeels verantwoordelijk voor de ondergang van de eerste Johan,"
Wim hield vertrouwen. Tegen Jacco: "Er kwam een kant van je naar boven die altijd al latent aanwezig was. Je was heel moeilijk. Maar met je creativiteit was niks mis."
Zo dachten ook producer Frans Hagenaars en platenbaas Ferry Rosenboom. Die laatste: "Wim en Frans riepen in koor: wacht maar af, uiteindelijk komt het goed. Dus wachtte ik inderdaad af. Wat kon ik verder ook doen? Het laatste waar iemand die het moeilijk heeft, baat bij heeft, is een platenbaas die hem opjaagt." Droog: "Die heeft er meer baat bij als de medicijnen aanslaan."
Hagenaars: "Het ging langzaam, heel langzaam. Maar de liedjes die kwamen, waren heel bijzonder. Ze waren het wachten waard."
Trouwens, ze waren wel iets gewend van Jacco. Frans: "Het is een diamantje met modder eroverheen. Hij schittert, maar je moet er eerst even over wrijven." Ferry: "Terwijl hij zelf gewoon doorgaat met het aanbrengen van de modder."
Er kwamen zowaar nieuwe bandleden bij, van wie bassist David Corel en gitarist Diederik Nomden afkomstig zijn van de band Redivider. Was 1999 het jaar van praten en "cirkeltjes draaien" (Frans: "Het werken aan de plaat werd bijna een abstracte bezigheid."), het jaar erna kwam er, zeker na de komst van nog een gitarist (Maarten Kooijman), eindelijk wat vaart in. Al zegt Wim, de man van het bandjesgevoel, over de toewijding: "Ik moest er in het begin erg aan wennen mensen in de band te die praatten in 'wij' en 'jullie'. Ik wil een jongensclub-gevoel."
En er moesten niet alleen nieuwe nummers komen. Ook teksten.
Producer Frans Hagenaars: "Jacco had er wel veel, maar uit de tijd dat hij depressief was. Die vond hij niet meer representatief. Dus schreef hij nieuwe, die meer aansloten bij zijn veranderde gemoedstoestand."
"Het zijn mooie teksten. Melancholisch, maar ook teksten waar je hoop uit kunt putten," zegt Wim.
Jacco: "Jezus, hou nou eens op, man. Zo lijkt het wel Simple Minds."
In de single Pergola bezingt Jacco de sleur van de dag en dagdroomt hij over excessen om de saaiheid te doorbreken. Een bank overvallen, auto jatten, "kill a Kane." Kill a Kane? Jacco probeert eerst te ontkennen dat hij het zingt, zegt dan dat hij er niets over wil zeggen, en heeft er vervolgens heel veel over te zeggen. "Ik vind het gewoon een akelige band. Hoe kan iemand die band nou goed vinden?" Maar het gaat niet om Kane. Voor Jacco zijn ze een symbool, meer niet. "Dat gelul van: het is nog nooit zo goed gegaan met de Nederlandse popmuziek. Wat een bullshit! Het gaat hartstikke slecht. Ja, het verkoopt. Maar als elk restaurant alleen maar stront op het menu heeft staan, ga je het vanzelf lekker vinden. Starmaker is het bewijs: het is mogelijk om artiesten te creëren en te verkopen. Het is godverdomme mogelijk. De machine wérkt."
Met het opbouwen van imago is niks mis, zegt Jacco, die net als de andere bandleden volgens Julian onlangs nog op consult bij een styliste ging. "Maar er is een grens. Ergens komt het punt dat het nep wordt." Geen purisme, bezweert hij. Ook Johan laat haar volgende single gladder produceren om de kans op de radiorotatie te vergroten. "Die walgelijk alternatieve houding van: we gaan opzettelijk ontoegankelijk klinken, omdat we zo weinig mogelijk platen willen verkopen; die houding slaat nergens op. We hebben maar één principe: goede muziek maken."
Johan verkocht 10.000 exemplaren van haar debuut, Kane een veelvoud. Geen purisme dus, maar wel frustratie. Jacco: "Ja. Ontzettende frustratie. Omdat van de machine niet te winnen valt." Hij zucht eens diep en neemt een slok van zijn biertje. "Ik geloof gewoon dat er zoiets bestaat als goede smaak. Wij zijn een smaakvolle band."
Twijfel dat Jacco en Wim ooit met een nieuwe plaat zouden komen, had niemand. Het zijn de eeuwige muzikanten. Het nieuwe album Pergola is prachtig, clubs en het Parkpop-festival bleken op basis van de oude live-reputatie massaal bereid de band te boeken.
Enkele weken geleden presenteerde de band de nieuwe cd in de Melkweg.
Oud-bassist Niels was er ook. Droog: "Ik had Johan nog nooit live gezien." Zorgvuldig formulerend: "Ze kunnen goed driestemmig zingen, spelen wat secuurder. Wij punkten nog wel eens."
Voormalig gitarist Remco was er niet. Hij verkoop tegenwoordig keukens. En dat bevalt prima, benadrukt hij: "Als Johan in de nieuwe bezetting wereldfaam krijgt, ben ik nog steeds gelukkiger met wat ik nu doe. Twee weken nadat ik heb aangekondigd met de band te stoppen, liep ik met een stropdas rond. Ik wilde iets totaal anders, dat is wel gelukt. Voor het leven in een band geldt voor mij achteraf: de jacht is beter dan de vangst. Ik denk wel eens dat het het leukste moet zijn om in een band te spelen die nog nét niet bekend is. Het moment dat je vooral veel dromen hebt. Mijn ervaring is dat die enorm tegenvallen als ze uitkomen. Sta je daar op een gegeven moment inderdaad op Pinkpop, op Lowlands. Maar na een uurtje is het afgelopen en ga je weer terug het busje in. Dan was het toch leuker om in de kroeg te zeggen dat je ooit op Pinkpop zou spelen, om vervolgens door iedereen uitgelachen te worden."
Nee. Ook Niels, die nog steeds muziek maakt "maar niet voorbij het priegelstadium" waande zich "geen seconde" terug op dat podium. "Ik ben niet uit het hout gesneden om als een Rolling Stone steeds datzelfde traject van een plaat maken en toeren af te leggen. Het heeft gewoon zo moeten zijn."