Johan: We zijn geen rock en roll en we zijn al helemaal niet cool
vrijdag 13 december 1996
Oor 25/26
Erik van den Berg
De leukste nieuwe Nederlandse gitaarband van het moment noemt zich Johan (spreek uit: Johan). Waarrom? "Omdat 't niks zegt en omdat alle beroemde Johannen op hun gebied briljant waren." Hoogmoed? Ach, met de op het Excelsior-label-ontluikend grootgrutter in nationaal gitaartalent- verschenen debuut CD Johan zit het Hoornse kwartet de traditie voorlopig aardig voort.
Eigenlijk viel het ze een beetje koud op het dak, zegt Niels de Wit, bassist van Johan. Al die positieve reacties ineens? Eerlijk gezegd had hij het publiek liever met goeie live-optredens dan met een briljante CD overtuigd. Zoals dat bijvoorbeeld in Amerika pleegt te gaan. "Daar bouwen bands langzaam een naam op door eerst jarenlang te toeren. Ik ben bang dat mensen nu ineens heel veel van ons gaan verwachten."
Zanger/gitarist Jacco de Greeuw is het er helemaal mee eens. "De druk in je eigen land is zo groot. Straks krijg je natuurlijk het bekende verhaal: mensen komen naar ons kijken met een houding van nou, dit moet het dus helemaal worden, we zijn benieuwd. Waarna ze ons 't liefst plat op de bek zien gaan. En dat terwijl elke Amerikaanse gitaarband die hier stoned of dronken op het podium staat en er niks van bakt, als uitermate cool wordt beschouwd." Inderdaad: het bekende verhaal.
Helaas is er van optreden het afgelopen jaar niet zoveel gekomen. Wel van, zoals Niels het uitdrukt, "in de oefenruimte zitten, klagen dat de hele wereld ons vergeten is en liedjes schrijven."
Ah, liedjes. Praat met Johan en het woord komt om de minuut voorbij. Maar bij Johan gaat 't nou eenmaal om liedjes. Bij voorkeur liedjes met fouten, zegt Jacco. "Daar herken je een Johan-liedje aan." En hij vertelt nog eens hoe het allemaal zo gekomen is, met Johan. In de jaren voor Johan was er namenlijk Visions Of Johanna, onder welke naam Jacco, gitarist Remco Krull en op het laatst ook Niels en drummer Wim Kwakman 'veel te lange en ingewikkelde' nummers maakten zonder werkelijk aan de bak te komen. Toch leek er vooral na de komst van Niels, die een punkachtergrond had en ooit in The Vernon Walters speelde ("de band die in z'n eentje de poptraditie van Hoorn vormt"), iets te veranderen. Binnen een paar maanden was het klik, zegt Jacco. En werden de liedjes zomaar heel erg anders. Losser, speelser, korter vooral. De effectpedalen gingen eruit, de "driekwartsmaten a la Buffalo Tom" maakten plaats voor rechtlijniger ritmes en in de oefenruimte werd zelfs een viersporenrecorder neergezet. "Dat ding heeft het creatieve proces enorm beinvloed. Als we een schets hadden van een liedje, namen we dat op en bleven er verder af. Vroeger begonnen we dan vreselijk bij te schaven, nu was het: liedje af, goed, klaar, te gek, volgende. Bij het terugluisteren bleken er dan allerlei fouten in te zitten, maar dat lieten we zo. Sterker nog, we gingen oefenen om die fouten zo goed onder de knie te krijgen. Om de muziek een beetje een twis te geven. Die fouten staan dus gewoon allemaal op de CD."
Wat Jacco definitief het licht deed zien, was - je kan er anno jaren negentig op wachten - een plaat van het Amerikaanse lo-fi gezelschap Guided By Voices. Dat was een openbaring. "Ik stond versteld: liedjes van anderhalf, twee minuten. En ze waren nog niet eens af! Maar 't klonk wel geweldig. Zie je, dacht ik, zo kan het ook. Een couplet, een refrein, mooie brug erbij en klaar. Ik ben er inmiddels achter dat muziek veel dichter bij z'n oorspronkelijke intentie blijft als je het met heel simpele middelen opneemt. In een dure studio kun je zoiets niet in een klap de nek omdraaien."
Behalve de muziek moest ook de groepsnaam simpeler, vonden de bandleden. Minder new wave ook. Daar werd dus, zo rond de contractbesprekingen met Excelsior in februari van dit jaar, eens flink over gebrainstormd. Gewoon Visions, dachten ze eerst. "Maar dat klonk als een plaat van BZN." Sterker nog, het is er een. Vervolgens was het Johanna en uiteindelijk Johan. "Wat eigenlijk de meest vreselijke naam is die je kan bedenken," zegt Jacco. Maar niels vindt'm prima. "Die naam zegt niks en probeert geen sfeertje op te roepen of zo. En er zijn natuurlijk heel veel beroemde Johannen - Cruijff, Neeskens, Museeuw - die op hun gebied heel erg briljant zijn."
Over songteksten zijn we, als 't aan Jacco ligt, snel uitgepraat. Een hoop ellende, wat verbroken relaties, "het gebruikelijke, zeg maar." Ook Jacco schrijft immers het soepelst als-ie zich rot voelt. "Onze muziek ademt toch een soort melancholie. Om daar tekstueel een beetje bij aan te sluiten, is het 't gemakkelijkst om gewoon één brok ellende neer te schrijven. Zo komt onze muziek ook beter tot z'n recht."
En dan maar hopen dat er niet, zoals bij de muziek, te veel fouten insluipen. Want fouten in een Engelse tekst, zegt Jacco, dat is voor elke Nederlandse songschrijver een nachtmerrie. "Ben je trots op je verhaaltje, zegt iemand na een half jar opeen: wat jij daar zingt, dat kan niet hoor! Toch weet ik zeker dat er in m'n huidige teksten fouten staan. Vroeger zou ik me daar druk om hebben gemaakt, nu laat ik 't los. Anders ben je te geforceerd bezig. Ik probeer me ook niet moedwillig een Amerikaans accent aan te meten of zo."
Dat Amerikaanse mag van Jacco echter wel in de muziek zitten. Graag zelfs, want hij is dol op het "warme en broeierige" dat Amerikaanse gitaarbands in hun geluid hebben. R.E.M. bijvoorbeeld, met wiens zanger Michael Stipe hij wel eens vergeleken werd. Zegt-ie trots. "Als je naar Lifes Rich Pageant luistert, hoor je gewoon dat 't zomer is. Zoiets zul je bij Britse bands niet tegenkomen. Die klinken altijd heel kil en steriel. Het vervelende is alleen dat iedereen vindt dat we Brits klinken."
Of er ook nog iets typisch Nederlands is aan Johan, behalve dan die naam? Niels denkt van wel. Hij bespeurt "een sort naiviteit," net als bij de Nederlandse bands die zo'n kwart eeuw geleden buitenlandse successen boekten. "Dat naieve sloeg aan, denk ik. Enorme fouten in de teksten? Dat vonden ze in Amerika wel schattig."
Wat verder wellicht typisch Nederlands is, is dat Johan - zoals veel vaderlandse bands - keurig bij z'n muziekale leest blijft. En daardoor aardig aansluit bij de al enige malen in dit blad opgeworpen vraag of er in, bijvoorbeeld, het tegenwoordig zo vitale Belgie "veel inovatiever, spannender en veelzijdiger gemusiceerd wordt. Jacco twijfelt. Hij ziet ook wel dat er in Belgie "veel avontuurlijker" wordt gedan, maar haast zich te vermelden dat Johan eventuele volgende CD beslist stukken afwisselender zal zijn. "Onze muziek zal in de toekomst alleen maar gekker worden. Onze CD is vrij toegankelijk uitgevallen, maar dat komt omdat-ie in een kort tijdsbestek is opgenomen. Het is een momentopname; inmiddels zijn we alweer flink veranderd. En we zijn helemaal niet zo gebonden aan gitaarpop. Het liedje, da's belangrijk. Een groep als dEUS is natuurlijk ook nog eens goed in sfeer en sound. Wij wat minder. En we willen vooral doen waar we goed in zijn." Niels vermoedt dat het niveauverschil tussen de Nederlandse en Belgische bands is ontstaan doordat het leven in Belgie zoveel harder is. "Het is daar bijna onmogelijk om van een uitkering te leven en ondertussen een beetje te lanterfanten. Hier kan dat vrij gemakkelijk. Veel Nederlandse bands hebben dus niet zo'n haast om zich snel te ontwikkelen en iets te bereiken. Anderzijds: als je die drang wel hèl hebt, is het nog maar de vraag of het werkt. Er zijn bands die vreselijk toegewijd en ijverig zijn maar niks voorstellen, terwijl bands die zomaar wat doen ineens door iedereen leuk gevonden worden." Het "zoals wij" kan hij nog net inslikken.
Nederland is sowieso een beetje een raar land, vindt Niels. Er zijn bijvoorbeeld veel te veel bands. "Eigenlijk zouden negen van de tien muzikanten gewoon moeten stoppen. Daar zou een wet voor moeten komen. Of beter nog: een beoordelingscommissie. Met ons erin."
Een ander probleem met Nederlandse bands, zegt Niels, is dat de meeste zonodig moeten doen alsof ze rock & roll zijn. "Ze willen er rock & roll uitzien, rock & roll bewegen, rock & roll klinken? Men probert hardnekkig in een hokje te passen en dat hebben wij absoluut niet. We zijn geen rock & roll en al helemaal niet cool."
Niet cool? Dan hebben we het nog niet gehad over het zorgvuldig gekoesterde imago van Johan. Optredens en fotosessies doen ze immers alleen in maatkostuums en wel omdat ze dat "eigenlijk gewoon cool" vinden. Jammer alleen dat 't op een podium zo heet is, zegt Niels. "Maar je voelt je wel lekker. En het hééft iets, zegt Niels. Laats zag ik Sam & Dave in een tv-documantaire; die traden in de hoogtijdagen van het hippietijdperk op in een pak. Al die hippies in poncho's, en zij stonden daar in een ent pak. Bands die in pakken optraden - Dr. Feelgoed, The Godfathers, Wire - hadden allemaal wel iets cools."
Afgezien van de maatpakken ("een grapje") is het bij Johan voor de rest vooral no bullshit, meent Jacco. Popmuziek, klaar. Meer is 't niet. "Daar kun je heel veel over ouwehoeren, maar waar 't uiteindelijk om gaat is de muziek. Dat is ook alles wat we hebben, hier in Hoorn. Er is hier geen scene, zoals in Amsterdam. Wij komen in onze oefenruimte geen andere bands tegen."