Het woord werd een liedje
woensdag 25 april 2001
De Volkskrant
Gijsbert Kamer
'Johan', het debuut van de groep Johan werd vier jaar geleden alom met enthousiasme onthaald. Maar waar bleef de opvolger? Die kwam er maar niet, omdat bandleider Jacco de Greeuw vastzat in een depressie. Nu is hij terug, met een nieuwe band en een nieuwe plaat.
Anderhalf jaar lang deed Jacco de Greeuw niets. Hij kwam om een uur of twee z'n bed uit, zette de tv aan en keek apathisch voor zich uit, hooguit pakte hij eens een computerspelletje.
Voor de buitenwereld maakte hij liedjes, maar zijn vriendin Maaike wist wel beter. Het ging niet goed met Jacco. De liedjes voor de nieuwe, tweede plaat van zijn band Johan, die zo halverwege 1998 gestalte had moeten krijgen, wilden maar niet komen.
Thuis in de Hoornse wijk de Kersenboogerd keek hij vanachter de eettafel urenlang naar buiten. Gedachtenloos, zich ergens op concentreren lukte niet. En altijd maar weer viel dan zijn blik op het verkeersbord met het woord Pergola, de naam van de straat waar hij met zijn vriendin enkele jaren geleden is gaan wonen. Pergola is het woord dat steeds door zijn hoofd spookte, het stond symbool voor de plaats waar hij zich al die tijd 'stierlijk verveeld' heeft. En Pergola is ook de titel van het eerste liedje dat er uit zijn pen kwam toen het eind 1999 weer wat beter ging.
Daarin stopt De Greeuw een aantal beelden en indrukken van het straatbordje, het in slaapdronken toestand opgevangen geluid van spelende kinderen en de inhoud van een papieren zak met boodschappen. Hij concludeert:
Toothpaste, cornflakes, partycakes
STOP
One of these days, I'm starting over
Die dag is nu aangebroken. Het woord werd een liedje, het liedje werd een album, dat deze week verscheen - de tweede plaat van Johan.
'Alle twaalf liedjes de De Greeuw voor Pergola schreef, refereren aan de depressie die hij doormaakte. Toch waren ze niet bedoeld als een 'samenvatting van die periode'.
De Greeuw: 'Ik wilde eigenlijk helemaal opnieuw beginnen. En dan begon in een tekst met een paar associaties, of gewoon woorden die me te binnen schoten, en dan bleek het meeste toch weer heel direct terug te verwijzen naar die moeilijke tijd. Maar dat was niet de bedoeling. Ik schaamde me er zelfs voor. Zo van: een bezoek aan de Riagg, daar kun je toch niet over zingen.'
De mooiste popmuziek begeeft zich op het randje van kritisch, vindt hij. 'Dat randje, daar ben ik naar op zoek. Een regel als Because the apathy will crack me up in no time, die is glashelder, die begrijpt iedereen. En dan kun je je wel afvragen of het misschien niet wat poëtischer kan, maar dat vind ik dan weer laf. Ik kon de dingen dit keer niet anders benoemen dan zoals ze zijn.'
De verveling, de verlatingsangst, zijn bezoek aan hulpinstanties - alles komt aan de orde.
'Als ik de teksten los van de muziek voor me zie, schaam ik me. Dan denk ik: dit is eigenlijk te gek, ik zal ze ook nooit los publiceren. Maar als ik ze zing, hebben ze voor mij ineens een andere betekenis, dan zijn het gewoon de woorden van een popliedje.'
Het is juist die combinatie van betekenisvolle lyriek, tot op melodrama neigende melodieën en zee verzorgde arrangementen, die van Pergola een gitaarplaat van zeldzame klasse maken. Hij verscheen dik vier jaar na het gelauwerde en behoorlijk succesvolle debuut Johan. Van de oorspronkelijke bezetting is naast De Greeuw alleen drummer Wim Kwakman nog over. Gitarist Remco Krull en bassist Niels de Wit hielden het halverwege 1998 voor gezien.
De Greeuw: 'Logisch, want ik moet toen een onuitstaanbaar mannetje geweest zijn.'
Zijn vader was in december 1997 overleden. 'Ik verwerkte dat door me steeds onmogelijker te maken. Ik eiste de gekste dingen van de bandleden, en als Remco alleen maar ja maar zei, maakte ik al een hoop stennis.'
Het uiteenvallen van Johan in 1998 was onvermijdelijk, maar 'raar is het wel'.
'Niels zie ik nog wel eens in de kroeg of bij Albert Heijn. Dan zeg je iets heel oppervlakkigs tegen elkaar, terwijl je toch dag in dag uit alles met elkaar hebt gedeeld.'
De Greeuw had daarvoor al in diverse Hoornse bandjes gezeten, maar Johan was een echt vriendenclubje. Johan (1996) kon ook zo snel totstandkomen, omdat het viertal gelijkgemutst was en zich met een 'beetje punkmentaliteit tegen de gemiddelde kutmuziek keerde'.
Het album sloeg aan en de single Everybody Knows werd een bescheiden hitje. De groep trad in 1997 op op grote festivals als Pinkpop en Lowlands, ook was er interesse vanuit de Verenigde Staten. Platenbons Seymour Stein (ontdekker van onder meer de Ramones en Madonna) wilde Johan uitbrengen op Sire.
'Via een klein label werden we al kleinschalig in de VS gedistribueerd. Dat gaf een fantastische kick, je plaat bij Tower Records in New York te zien liggen. Zo was Stein ons op het spoor gekomen. Hij kwam een keer naar ons kijken in Tagrijn in Hilversum, en was enthousiast.
'Hij zou ons wel even nationwide uitbrengen. Ik heb nog een cd met het Sire-logo erop, maar ik geloof niet dat de plaat veel winkels heeft gehaald. De rest van het label wist namelijk helemaal niet wat ze met ons aanmoesten, dus gebeurde er niks.'
Aanvankelijk geen ramp, de groep had z'n handen vol aan optreden. Maar het drukke tourschema en de buitenlandse interesse weerhielden Johan ervan nieuw materiaal in te studeren. Dat beschouwt De Greeuw nu als een kardinale fout. 'We gingen steeds routineuzer spelen, wat we hadden kunnen voorkomen door veel te reperteren en andere dingen uit te proberen. Ik moet toch een stok achter de deur hebben, zoals een deadline voor een nieuwe plaat, alleen dan heb ik genoeg zelfdiscipline. Nu werden onze optredens steeds slechter.'
Het jaar 1997, dat was begonnen als een jaar van voorspoed, liep af met het overlijden van vader De Greeuw. Die leed al geruime tijd aan lymfklierkanker. 'Ik verwijt mezelf dat ik dat laatste half jaar zo weing aan zijn ziekbed ben geweest', zegt De Greeuw nu. 'Ik was zo druk met Johan.'
'Mijn vader was een heel slimme man met een eigen stratenmakersbedrijfje. Hij werkte hard, we hadden een mooi huis en een auto. We waren met vijf kinderen, en ze zijn allemaal goed terechtgekomen.
'Het gekke is dat hij helemaal niet van lanterfanten en klaplopen hield, maar mij - iemand die voor buitenstaanders niets anders deed dan wat anklooien met muziek - wel altijd mijn gang liet gaan. Hij zag blijkbaar goed dat ik er keihard aan werkte.'
Zo hard dat De Greeuw zichzelf geen tijd gunde de dood van zijn vader goed te verwerken. Toen er begin 1998 na een desastreus optreden op het South By Southwest Festival in Austin bij de band twijfels rezen over het voortbestaan van Johan, wilde De Greeuw daar aanvankelijk niets over horen. Er moest en zou nieuw materiaal komen, Jacco sloot zich thuis op, en viel prompt in een diep gat.
De Greeuw: 'Alles had natuurlijk met elkaar te maken. Mijn vaders dood, de crisis in de band, de illusie van een Amerikaanse doorbraak die werd verstoord, dit alles triggerde iets.
Componeren lukte niet. 'Ik voelde me eenzaam en snauwde iedereen af, vooral degenenen die me wilden helpen zoals mijn vriendin. Als er familie belde, moest Maaike zeggen dat ik druk was met mijn plaat. Ik duldde steeds minder mensen om me heen. Het is een godswonder dat ze er nog is en me in die tijd onderhouden heeft. Ook onze relatie kwam natuurlijk onder grote spanning.
'Je leeft blijkbaar heel lang op een soort reserve, maar ineens is het afgelopen en begin je heel hard te janken. Pas toen ben ik naar een dokter gegaan. Het bleek dat ik ADHD had, een concentratieprobleem veroorzaakt door hyperactiviteit. Op zich niet eens een psychische afwijking maar een fysieke waar ik 31 jaar geleden mee geboren ben. Waar ieder mens in zijn hoofd een soort handrem heeft zitten, en na hard werken ineens kan ontspannen of iets heel anders gaan doen, maalt het bij mij maar door. Als je niet meer weet hoe je je hoofd kunt stilzetten, kunnen depressies zoals bij mij ontstaan.'
'Daar zijn medicijnen tegen. Die vlakken alle emoties af, maar ook mijn creativiteit. Ik gebruik nu allen Prozac, en voel me prima.'
Toen de diagnose eenmaal gesteld was, klauterde De Greeuw snel uit het dal. Een psychiater bezoekt hij niet meer, want zijn ziekte 'zit niet in het hoofd'. En Pergola, dat het hoofdstuk van Jacco's depressie moest afsluiten, kwam met vier nieuwe muzikanten (voor een deel gerecruteerd uit de Amsterdamse band Redivider) vlot tot stand.
De Greeuw is nu weer vol enthousiasme. De eerste optredens met Johan verliepen veelbelovend. De nieuwe band bruist van de energie. Maar enkele weken geleden in de Amsterdamse Melkweg was de Greeuw bloednerveus. 'Mijn familie was er. Doodeng, maar gelukkig, mijn moeder vond het prachtig.'
Ook zijn vader, J.P. de Greeuw, kwam wel eens naar een concert kijken. Aan hem is Pergola opgedragen.